| Auditcharter van de administratie van de Thesaurie
1. De auditfunctie is een belangrijk instrument in het kader van het strategisch beleid van de Administratie van de Thesaurie. 2. De interne audit treedt op in het spanningsveld tussen objectieven, procedures en administratieve praktijk. Het is een onafhankelijke waarderingsfunctie die de structuur en de activiteiten van de Administratie onderzoekt en evalueert, om haar toe te laten hun doeltreffendheid en doelmatigheid te verbeteren. 3. De interne auditcel staat de leiding bij inzake het effectief kwijten van haar verantwoordelijkheden door het uitvoeren van onderzoeken, het maken van analyses en evaluaties, het geven van aanbevelingen en het verstrekken van advies en informatie over de geauditeerde activiteiten. Werkterrein en situering in de administratie 1. De interne auditcel is bevoegd voor alle diensten van de Administratie van de Thesaurie. 2. De interne audit is een staffunctie bij de Administrateur-generaal en functioneert onafhankelijk van alle andere diensten binnen de Administratie. Onafhankelijkheid en objectiviteit 1. Onafhankelijkheid en objectiviteit zijn belangrijke normen. Elke persoon van een geauditeerde entiteit heeft recht op een onbevooroordeelde aanpak en de leiding heeft recht op een correcte weergave en beoordeling van de feitelijke situatie. 2. Met het oog op een volkomen onafhankelijke evaluatie, rapporteren de intern auditeurs rechtstreeks aan de Administrateur-generaal en hebben zij directe toegang tot de diensthoofden, die, in voorkomend geval, de nodige initiatieven nemen om de auditopdracht in optimale omstandigheden te doen verlopen. 3. Omwille van de onafhankelijkheid hebben de intern auditeurs geen operationele bevoegdheden. Zij zullen geen operationele procedures opleggen of zich engageren tot het uitvoeren van activiteiten die zij geacht worden te onderzoeken of te evalueren. 4. De objectiviteit wordt gewaarborgd door een rapportering op basis van waargenomen feiten en door een uitdrukkelijke vermelding van de gehanteerde normen. 1. De intern auditeurs hebben in het kader van hun opdracht toegang tot alle informatie, gegevens, documenten, dossiers, bestanden, systemen, gebouwen en lokalen. Zij zijn gemachtigd het betrokken personeel om uitleg te verzoeken. Daarenboven zijn zij, in het kader van hun opdracht, gemachtigd vergaderingen bij te wonen. 2. De interne auditcel zal systematisch een kopie ontvangen van de verslagen, adviezen en opmerkingen van de Inspectie van Financiën en van het Rekenhof, die betrekking hebben op de activiteiten van de Thesaurie, evenals van de briefwisseling met ombudsdiensten, en in het algemeen, van alle documenten die een toegevoegde waarde kunnen inhouden voor de werking van de interne auditcel. 3. De intern auditeurs waarborgen de vertrouwelijkheid van hun opdracht. De auditdossiers zijn vertrouwelijk. De Administrateur-generaal bepaalt het inzagerecht in deze dossiers. 1. De interne auditcel werkt binnen het kader van een auditprogramma, gebaseerd op een risicoanalyse, en met inachtneming van de specifieke richtlijnen van de Administrateur-generaal. 2. De Administrateur-generaal bepaalt de opdrachten van de interne auditcel na overleg met de intern auditeurs. 3. Telkens als hij dat nodig acht, wint de Administrateur-generaal het advies in van de beide Directeurs-generaal wat de voorbereiding en de opvolging betreft van de auditactiviteiten. 4. De interne auditcel voert inzonderheid operationele, conformiteits- en financiële audits uit, inclusief de daaraan verbonden informatica-aspecten. In voorkomend geval kan een beroep worden gedaan op de bij de federale overheid beschikbare expertise. 5. De intern auditeurs kunnen zowel audits uitvoeren van diensten of onderdelen daarvan, als van dienstoverschrijdende processen en procedures. Zij zullen bijzondere aandacht besteden aan horizontale processen. Zij zijn gemachtigd daartoe de nodige informatie in te winnen buiten de Administratie. 6. Elke auditopdracht wordt gezamenlijk door de Nederlandstalige en de Franstalige intern auditeur uitgevoerd. Elk definitief auditrapport wordt in het Nederlands en in het Frans opgesteld en door beide intern auditeurs ondertekend. 7. Aan elke audit gaat een studie van het onderzoeksonderwerp vooraf. 8. Na afsluiting van het onderzoek ontvangen de Administrateur-generaal en de verantwoordelijke(n) van de operationele entiteit(en) een schriftelijk rapport, dat in elk geval de auditdoelstellingen, het onderzoeksbereik, de toetsingsnormen, de vaststellingen en de aanbevelingen vermeldt. De verantwoordelijke(n) van de geauditeerde entiteit(en) word(t)(en) uitgenodigd zijn / hun schriftelijke opmerkingen mee te delen over de bevindingen in het rapport van de intern auditeurs. Die opmerkingen worden behandeld in het eindrapport van de intern auditeurs dat bestemd is voor de Administrateur-generaal. 9. De interne auditcel is gemachtigd de aanbevelingen, opmerkingen en afspraken, geformuleerd in het eindverslag, op te volgen. 1. De auditfunctie wordt georganiseerd in overeenstemming met de hoge leiding en is gebaseerd op algemeen aanvaarde normen voor intern auditeurs. 2. Deze normen betreffen inzonderheid de onafhankelijkheid van de interne auditcel ten opzichte van de geauditeerde activiteiten en de objectiviteit en de persoonlijke en beroepskwaliteit van de intern auditeurs. 1. De intern auditeurs worden betrokken bij de auditactiviteiten, uitgevoerd door extern auditeurs binnen de Administratie van de Thesaurie. Zij worden belast met de opvolging ervan. 2. De intern auditeurs zullen betrokken worden bij het overleg met de ombudsdiensten. Goedgekeurd door het College van Dienstchefs op 08 december 2000 DE ADMINISTRATEUR-GENERAAL, (w.g.) J.-P. ARNOLDI
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||